Abstract
Achtergrond en doelstelling
In Nederland kunnen alle zwangeren die dat wensen kiezen om hun ongeboren kind met prenatale screening te laten onderzoeken op chromosomale en lichamelijke afwijkingen. Zij kunnen daarbij kiezen voor de niet-invasieve prenatale test (NIPT) en het structureel echoscopisch onderzoek (SEO) in het eerste en tweede trimester. Het doel van counseling bij prenatale screening is het begeleiden van zwangeren (en hun partners) bij het maken van een geïnformeerde keuze om al dan niet deel te nemen. De informatievoorziening voor zwangeren en (bij)scholing voor counselors gebaseerd op bekwaamheden voor kwalitatief goede counseling zijn in Nederland landelijk en uniform georganiseerd. In dit onderzoek werd een nieuw ontwikkeld meetinstrument gebruikt om inzicht te verkrijgen in de praktijk van counseling voor prenatale screening in Nederland ten aanzien van verschillende aspecten van kwalitatief goede counseling voor prenatale screening. Met de resultaten van dit onderzoek werden mogelijkheden tot verbetering van deze counseling onderzocht om aanbevelingen te doen voor de verdere ontwikkeling van de bijscholing voor counselors.
Het onderzoek richtte zich op de volgende vragen:
1. Hoe verloopt de counseling voor prenatale screening ten aanzien van de informatie-uitwisseling, hulp bij besluitvorming, cliënt-counselor relatie en gespreksvaardigheden?
2. Zijn er verschillen in counseling tussen counselors wat betreft hun werkervaring, het volgen van de e-learning en gevolgde bijscholing?
3. Zijn er verschillen in counseling wat betreft pariteit en gespreksduur?
Methoden
Om inzicht te krijgen in verschillende aspecten van de kwaliteit van counseling, zijn drie online groepsinterviews gehouden met 12 experts op het gebied van counseling. Daarbij werden opvattingen gedeeld ten aanzien van de relevantie, volledigheid en toepassing van een bestaande beoordelingsrubric, die ontwikkeld is en gebruikt wordt door de Verloskunde Academies. Op basis hiervan werd een meetinstrument Kwaliteit van Counseling ontwikkeld, bestaande uit 31 items die kunnen worden gescoord als ‘aanwezig’, ‘gedeeltelijk aanwezig’ of ‘afwezig’ binnen vier domeinen van counseling: informatie-uitwisseling, hulp bij besluitvorming, cliënt-counselor relatie en gespreksvaardigheden. Het instrument werd vervolgens toegepast op een selectie van counselingsgesprekken van counselors uit heel Nederland. In totaal werden 145 audio-opnames van counselingsgesprekken van 50 counselors door twee onderzoekers onafhankelijk gescoord, waarna een consensusgesprek volgde om tot een definitieve beoordeling te komen. Associaties tussen het ‘aanwezig’ scoren op elk van de vier domeinen en kenmerken van de counselor (werkervaring en gevolgde bijscholingen), zwangere (pariteit) en het gesprek (gespreksduur) werden geanalyseerd met behulp van multilevel mixed model lineaire regressieanalyse.
Resultaten
Gemiddeld duurden de counselingsgesprekken 13:53 minuten (standaarddeviatie 8 min., spreiding 3-48 min). Hoe langer een gesprek duurde, hoe vaker ‘aanwezig’ werd gescoord op de items binnen elk van de vier domeinen van counseling (p<0,001).
Gemiddeld werd ongeveer de helft van de items (47%) behorende bij het domein informatie-uitwisseling ‘aanwezig’ gescoord in de counselingsgesprekken. Uitleg over de aandoeningen en afwijkingen waarop gescreend wordt en de verschillende prenatale screeningstesten (NIPT, 13 en 20 wekenecho’s) werd overwegend gescoord op ‘aanwezig’ (61% en 83% ‘aanwezig’). Informatie over de NIPT was vaker compleet dan informatie over de 13 en 20 wekenecho’s. Zo werd voor de NIPT vaker besproken dat het een screening betreft en vervolgonderzoek nodig is bij een afwijkende uitslag dan bij de 13 en 20 wekenecho’s. Ook werd niet altijd expliciet besproken dat testen een vrije keuze is (‘afwezig’ in 19% van de gesprekken). Elk jaar meer aan ervaring van de counselor zorgde voor een daling in de score op aanwezigheid van informatie-uitwisseling (p=0,004). Gesprekken met primiparae zwangeren scoorden gemiddeld vaker op aanwezig voor informatie-uitwisseling dan gesprekken met multiparae zwangeren (p<0,001).
Hulp bij besluitvorming werd beperkt geboden in de counselingsgesprekken; gemiddeld werd 30% van de items binnen hulp bij besluitvorming gescoord op ‘aanwezig’. Persoonlijke waarden en overwegingen bij de keuze voor wel of geen screening werden beperkt verkend (26% ‘aanwezig’). Counselors die bijscholing hadden gevolgd op het gebied van Vaardigheden en/of Reflectie scoorden vaker aanwezig voor hulp bij besluitvorming dan counselors die geen bijscholing hadden gevolgd (p=0,013). Ieder jaar aan ervaring dat een counselor had, zorgde voor een daling in de score op aanwezigheid voor hulp bij besluitvorming (p=0,01).
Gemiddeld werd 69% van de items binnen het domein cliënt-counselor relatie gescoord op ‘aanwezig’. Er werd doorgaans een professionele en betrokken relatie opgebouwd met de zwangere op basis van respect, ruimte en empathie (78% ‘aanwezig’). De partner werd, indien aanwezig, passend betrokken in het gesprek (86% ‘aanwezig’).
Van alle items werd gemiddeld 47% gescoord als ‘aanwezig’ binnen het domein gespreksvaardigheden. In iets meer dan de helft van de gesprekken werd aangesloten bij voorkennis en gezondheidsvaardigheden van de zwangere (59% ‘aanwezig’). Doorvragen en toetsen of informatie begrepen is gebeurde relatief beperkt (32% en 10% ‘aanwezig’). Counselors die bijscholing hadden gevolgd op het gebied van Vaardigheden en/of Reflectie scoorden vaker aanwezig voor gespreksvaardigheden dan counselors die geen punten hiervoor hadden (p=0,017). Elk jaar meer aan ervaring van de counselor zorgde voor een daling in de score op aanwezigheid van gespreksvaardigheden (p=0,02).
Conclusies
Het onderzoek laat zien dat er in de counselingsgesprekken over het algemeen een cliënt-counselor relatie wordt opgebouwd waarbij in de meeste gesprekken de nadruk lag op informatie-uitwisseling. Hulp bij besluitvorming werd beperkt geboden. Verbetering is mogelijk door het actief verkennen van persoonlijke waarden en overwegingen van de zwangere ten aanzien van aangeboren afwijkingen en prenatale screening door de counselor. Hiervoor kunnen gespreksvaardigheden ingezet worden zoals open vragen stellen, doorvragen en toetsen of informatie begrepen is. De cliënt-counselor relatie kan nog verder verbeterd worden door met aandachtige aanwezigheid te counselen, en de tijd die hiervoor staat te benutten.
Twee overkoepelende aanbevelingen voor de praktijk van counseling zijn:
• Bijscholing volgen op het gebied van Vaardigheden en/of Reflectie kan helpen bij het bij het (beter) begeleiden van de zwangere (en partner) bij hulp bij besluitvorming en het (verder) ontwikkelen van gespreksvaardigheden. Dit is zowel voor de beginnende als voor de geoefende counselor relevant.
• Benut de tijd die staat voor het counselingsgesprek om alle facetten van kwalitatief goede counseling aan de orde te laten komen, stem af op voorkennis en vaardigheden, en verken de waarden die belangrijk zijn voor de zwangere (en partner).
In Nederland kunnen alle zwangeren die dat wensen kiezen om hun ongeboren kind met prenatale screening te laten onderzoeken op chromosomale en lichamelijke afwijkingen. Zij kunnen daarbij kiezen voor de niet-invasieve prenatale test (NIPT) en het structureel echoscopisch onderzoek (SEO) in het eerste en tweede trimester. Het doel van counseling bij prenatale screening is het begeleiden van zwangeren (en hun partners) bij het maken van een geïnformeerde keuze om al dan niet deel te nemen. De informatievoorziening voor zwangeren en (bij)scholing voor counselors gebaseerd op bekwaamheden voor kwalitatief goede counseling zijn in Nederland landelijk en uniform georganiseerd. In dit onderzoek werd een nieuw ontwikkeld meetinstrument gebruikt om inzicht te verkrijgen in de praktijk van counseling voor prenatale screening in Nederland ten aanzien van verschillende aspecten van kwalitatief goede counseling voor prenatale screening. Met de resultaten van dit onderzoek werden mogelijkheden tot verbetering van deze counseling onderzocht om aanbevelingen te doen voor de verdere ontwikkeling van de bijscholing voor counselors.
Het onderzoek richtte zich op de volgende vragen:
1. Hoe verloopt de counseling voor prenatale screening ten aanzien van de informatie-uitwisseling, hulp bij besluitvorming, cliënt-counselor relatie en gespreksvaardigheden?
2. Zijn er verschillen in counseling tussen counselors wat betreft hun werkervaring, het volgen van de e-learning en gevolgde bijscholing?
3. Zijn er verschillen in counseling wat betreft pariteit en gespreksduur?
Methoden
Om inzicht te krijgen in verschillende aspecten van de kwaliteit van counseling, zijn drie online groepsinterviews gehouden met 12 experts op het gebied van counseling. Daarbij werden opvattingen gedeeld ten aanzien van de relevantie, volledigheid en toepassing van een bestaande beoordelingsrubric, die ontwikkeld is en gebruikt wordt door de Verloskunde Academies. Op basis hiervan werd een meetinstrument Kwaliteit van Counseling ontwikkeld, bestaande uit 31 items die kunnen worden gescoord als ‘aanwezig’, ‘gedeeltelijk aanwezig’ of ‘afwezig’ binnen vier domeinen van counseling: informatie-uitwisseling, hulp bij besluitvorming, cliënt-counselor relatie en gespreksvaardigheden. Het instrument werd vervolgens toegepast op een selectie van counselingsgesprekken van counselors uit heel Nederland. In totaal werden 145 audio-opnames van counselingsgesprekken van 50 counselors door twee onderzoekers onafhankelijk gescoord, waarna een consensusgesprek volgde om tot een definitieve beoordeling te komen. Associaties tussen het ‘aanwezig’ scoren op elk van de vier domeinen en kenmerken van de counselor (werkervaring en gevolgde bijscholingen), zwangere (pariteit) en het gesprek (gespreksduur) werden geanalyseerd met behulp van multilevel mixed model lineaire regressieanalyse.
Resultaten
Gemiddeld duurden de counselingsgesprekken 13:53 minuten (standaarddeviatie 8 min., spreiding 3-48 min). Hoe langer een gesprek duurde, hoe vaker ‘aanwezig’ werd gescoord op de items binnen elk van de vier domeinen van counseling (p<0,001).
Gemiddeld werd ongeveer de helft van de items (47%) behorende bij het domein informatie-uitwisseling ‘aanwezig’ gescoord in de counselingsgesprekken. Uitleg over de aandoeningen en afwijkingen waarop gescreend wordt en de verschillende prenatale screeningstesten (NIPT, 13 en 20 wekenecho’s) werd overwegend gescoord op ‘aanwezig’ (61% en 83% ‘aanwezig’). Informatie over de NIPT was vaker compleet dan informatie over de 13 en 20 wekenecho’s. Zo werd voor de NIPT vaker besproken dat het een screening betreft en vervolgonderzoek nodig is bij een afwijkende uitslag dan bij de 13 en 20 wekenecho’s. Ook werd niet altijd expliciet besproken dat testen een vrije keuze is (‘afwezig’ in 19% van de gesprekken). Elk jaar meer aan ervaring van de counselor zorgde voor een daling in de score op aanwezigheid van informatie-uitwisseling (p=0,004). Gesprekken met primiparae zwangeren scoorden gemiddeld vaker op aanwezig voor informatie-uitwisseling dan gesprekken met multiparae zwangeren (p<0,001).
Hulp bij besluitvorming werd beperkt geboden in de counselingsgesprekken; gemiddeld werd 30% van de items binnen hulp bij besluitvorming gescoord op ‘aanwezig’. Persoonlijke waarden en overwegingen bij de keuze voor wel of geen screening werden beperkt verkend (26% ‘aanwezig’). Counselors die bijscholing hadden gevolgd op het gebied van Vaardigheden en/of Reflectie scoorden vaker aanwezig voor hulp bij besluitvorming dan counselors die geen bijscholing hadden gevolgd (p=0,013). Ieder jaar aan ervaring dat een counselor had, zorgde voor een daling in de score op aanwezigheid voor hulp bij besluitvorming (p=0,01).
Gemiddeld werd 69% van de items binnen het domein cliënt-counselor relatie gescoord op ‘aanwezig’. Er werd doorgaans een professionele en betrokken relatie opgebouwd met de zwangere op basis van respect, ruimte en empathie (78% ‘aanwezig’). De partner werd, indien aanwezig, passend betrokken in het gesprek (86% ‘aanwezig’).
Van alle items werd gemiddeld 47% gescoord als ‘aanwezig’ binnen het domein gespreksvaardigheden. In iets meer dan de helft van de gesprekken werd aangesloten bij voorkennis en gezondheidsvaardigheden van de zwangere (59% ‘aanwezig’). Doorvragen en toetsen of informatie begrepen is gebeurde relatief beperkt (32% en 10% ‘aanwezig’). Counselors die bijscholing hadden gevolgd op het gebied van Vaardigheden en/of Reflectie scoorden vaker aanwezig voor gespreksvaardigheden dan counselors die geen punten hiervoor hadden (p=0,017). Elk jaar meer aan ervaring van de counselor zorgde voor een daling in de score op aanwezigheid van gespreksvaardigheden (p=0,02).
Conclusies
Het onderzoek laat zien dat er in de counselingsgesprekken over het algemeen een cliënt-counselor relatie wordt opgebouwd waarbij in de meeste gesprekken de nadruk lag op informatie-uitwisseling. Hulp bij besluitvorming werd beperkt geboden. Verbetering is mogelijk door het actief verkennen van persoonlijke waarden en overwegingen van de zwangere ten aanzien van aangeboren afwijkingen en prenatale screening door de counselor. Hiervoor kunnen gespreksvaardigheden ingezet worden zoals open vragen stellen, doorvragen en toetsen of informatie begrepen is. De cliënt-counselor relatie kan nog verder verbeterd worden door met aandachtige aanwezigheid te counselen, en de tijd die hiervoor staat te benutten.
Twee overkoepelende aanbevelingen voor de praktijk van counseling zijn:
• Bijscholing volgen op het gebied van Vaardigheden en/of Reflectie kan helpen bij het bij het (beter) begeleiden van de zwangere (en partner) bij hulp bij besluitvorming en het (verder) ontwikkelen van gespreksvaardigheden. Dit is zowel voor de beginnende als voor de geoefende counselor relevant.
• Benut de tijd die staat voor het counselingsgesprek om alle facetten van kwalitatief goede counseling aan de orde te laten komen, stem af op voorkennis en vaardigheden, en verken de waarden die belangrijk zijn voor de zwangere (en partner).
| Translated title of the contribution | Final report Monitoring Counseling: Research on the quality of counseling for prenatal screening |
|---|---|
| Original language | Dutch |
| Publisher | Amsterdam UMC |
| Publication status | Published - 15 Dec 2025 |
Fingerprint
Dive into the research topics of 'Final report Monitoring Counseling: Research on the quality of counseling for prenatal screening'. Together they form a unique fingerprint.Cite this
- APA
- Author
- BIBTEX
- Harvard
- Standard
- RIS
- Vancouver